Watermolen met onderslagrad: verschil tussen versies

Uit aarlerixtelwiki.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Regel 20: Regel 20:
  
 
In de winter brengt de Aa hem 4,5 maanden in beweging. De overige tijd word de molen door een paard aangedreven. <ref>Tabel 5 kadaster 1832</ref>
 
In de winter brengt de Aa hem 4,5 maanden in beweging. De overige tijd word de molen door een paard aangedreven. <ref>Tabel 5 kadaster 1832</ref>
 +
in den Winter door de Aa en in den Zomer door Paarden aangedreven word <ref>Boek: Reize door de Majorij van 's Hertogenbosch 1799 dertiende biref</ref>
  
 
Waarschijnlijk is hij in de 17e eeuw verplaatst. <ref>Boek:van Ricstelle tot Aarle-Rixtel. Jean Coenen 1992 blz 41</ref> <br/>
 
Waarschijnlijk is hij in de 17e eeuw verplaatst. <ref>Boek:van Ricstelle tot Aarle-Rixtel. Jean Coenen 1992 blz 41</ref> <br/>
Regel 31: Regel 32:
  
 
1885 verbouwd
 
1885 verbouwd
 
 
 
 
 
 
 
  
 
==Eigenaren==
 
==Eigenaren==

Versie van 2 jun 2023 22:28

Watermolen met onderslagrad op Heuvel.

Dorp: Rixtel
Gebied toponiem: op Heuvel
Kadaster 1832: Sectie B perceel 413
Straat:
Type: Watermolen met onderslagrad
Aandrijving: Watermolen
Functie: Korenmolen en oliemolen
Gebouwd: voor 1340
Afgebroken:

Geschiedenis

Is gebouwd voor 1340 als de korenmolen van Rixtel van de heer van het kasteel van Rixtel.

Het was een water en ros molen. [1]


Hij maakte gebruik van een gemaakte aftakking van de rivier de Aa, achter het kasteel van Rixtel.

In de winter brengt de Aa hem 4,5 maanden in beweging. De overige tijd word de molen door een paard aangedreven. [2] in den Winter door de Aa en in den Zomer door Paarden aangedreven word [3]

Waarschijnlijk is hij in de 17e eeuw verplaatst. [4]


1883 onttakeld

In de gemeenteverslagen verdwijnt de watermolen tussen 1882 en 1883.


1885 verbouwd

Eigenaren

Bronnen

  1. Boek: de stad en de meierij van 's Hertogenbosch 1825 blz 169
  2. Tabel 5 kadaster 1832
  3. Boek: Reize door de Majorij van 's Hertogenbosch 1799 dertiende biref
  4. Boek:van Ricstelle tot Aarle-Rixtel. Jean Coenen 1992 blz 41