Nachtwacht
De nachtwacht in Aarle-Rixtel.
Om orde en veiligheid overdag te garanderen was er de veldwachter, voor de nacht was er een nachtwacht die ingedeeld was in rotten. Hiervoor werd de gemeente in delen verdeeld, die men rotten noemde. De rotmeesters en hun medewerkers (rotgezellen) moesten de rotten beveiligen tegen bedelaars, dieven en brandstichters. Hiervoor werden inwoners van Aarle-Rixtel voor ingezet. Aan de kapel werd een wachthuis gebouwd éém van de gemeenteraadsleden moesten om toerbeurt een avond wachtcommandant zijn. [1]
Andere voorbeelden hoe de rotten ingezet konden worden:
Werken aan de wegen. Helpen bij de afbraak van de Rixtelse kerktoren in 1831. In 1837 werd de dijk naar de Wolfsputten opgeknapt door de rotgezellen.
Reglement van de Nachtwacht
Iedere man tussen 16 en 60 moest zich beschikbaar stellen en deelnemen aan de nachtwacht of een boete betalen van 1 gulden. De nachtwaker moest voorzien zijn van: een behoorlijke schiedgeweer, sabel of spade.
De rotten indeling
-1827: 7 rotten. (voor de aanleg van de Zuid-Willemsvaart
1827- : 6 rotten: Rixtel, Heijkant, Kom, Kouwenberg, Strijp en Laar.
Bronnen
- ↑ Boek:van Ricstelle tot Aarle-Rixtel. Jean Coenen 1992 blz 113