Schepenbank

Uit aarlerixtelwiki.nl
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Geschiedenis

Het dagelijks bestuur bestond uit de heer van de heerlijkheid en zijn schepenbank.
In een archiefstuk komt de schepenbank voor het eerst voor in 1368.

Wanneer de schepenbank voor het eerst bijeen kwam is niet bekent.

Een ander stuk uit het archief van Huize Rixtel zegt: die plaetse daer die dingbanck bynnen die dorpe van Aerle steet.

De schepenbank bestond uit uit 7 schepenen. De voorzitter van de schepenbank was de schout.

Eén van deze schepenen was de President-Schepen. De heer van Aarle-Beek benoemde de schout en de schepenen.

De verdeling: [1]
4 Schepenen uit Aarle en Rixtel.
3 Schepenen uit Beek.

Het corpus Aarle-Rixtel kon onafhankelijk optreden van het corpus Beek en Donk.

Op 20-7-1795 riepen de schepenen alle stemgerechtigde inwoners bijeen in de kerk van Aarle. Hendrik Petit wist de zaak zo op te jutten dat het vertrouwen in de schepenen werd opgezegd. De nieuwe schepenbank trad aan op 20-8-1795. [2]

Op 30-6-1798 werden de meeste schepenen weer aan de kant gezet. [3]

Taken

De taak van de schepenbank was: besturen van de heerlijkheid en uitvoeren van de rechtspraak.

Taak: besturen van de heerlijkheid:
Men kon bijvoorbeeld aktes laten opmaken zoals testamenten. Trouwen voor de schepenbank.

Taak: uitvoeren van de rechtspraak:

Locatie

Locatie van de schepenbank: De locatie van de schepenbank in Aarle-Beek is nog niet duidelijk. Waarschijnlijk was er geen vaste plaats om te vergaderen. Andere bronnen geven een vergaderplaats aan onder een linde die op de Nieuwe markt gestaan zou hebben. [4]

Salaris

1761: schepenen elk 7 gulden en 10 stuivers [5]

Samenstelling van de schepenbank

Lijst van schouten en schepenen in Aarle-Rixtel

Bronnen

  1. Boek:van Ricstelle tot Aarle-Rixtel. Jean Coenen 1992 blz 46
  2. Boek:van Ricstelle tot Aarle-Rixtel.Jean Coenen 1992 blz 82
  3. Boek:van Ricstelle tot Aarle-Rixtel.Jean Coenen 1992 blz 83
  4. Boek:van Ricstelle tot Aarle-Rixtel. Jean Coenen 1992 blz 46
  5. Van Aarle dit, van Rixtel dat, van alles wat 1979 blz 17