Heerlijkheid Aarle-Beek
De Heerlijkheid Aarle-Beek
De heerlijkheid Aarle-Beek werd gecreëerd in 1392.
De hertogin Johanna van Brabant verkoopt de heerlijke rechten over Rixtel, Aarle en Beek aan Dirk de Rover, die al het kasteel van Rixtel bezat.
Daarnaast kreeg Dirk de Rover ook de heerlijke rechten van Stiphout, dat al een heerlijkheid was.
Het bestuur van de Heerlijkheid Aarle-Beek
De heerlijkheid bestond uit 3 kernen: Rixtel, Aarle en Beek. (ieder had zijn eigen parochiekerk)
Het dagelijks bestuur bestond uit de heer van de heerlijkheid en zijn schepenbank.
De schepenbank bestond uit uit 7 schepenen. De voorzitter van de schepenbank was de schout.
Eén van deze schepenen was de President-Schepen.
De verdeling: [1]
4 Schepenen uit Aarle en Rixtel.
3 Schepenen uit Beek.
De taak van de schepenbank was: besturen van de heerlijkheid en uitvoeren van de rechtspraak.
Taak: besturen van de heerlijkheid:
Men kon bijvoorbeeld aktes laten opmaken zoals testamenten. Trouwen voor de schepenbank.
Taak: uitvoeren van de rechtspraak:
Heren en vrouwen van de Heerlijkheid
Lijst van heren en vrouwen van de heerlijkheid Aarle-Beek
Functionarissen
De vorster.
Bronnen
- ↑ Boek:van Ricstelle tot Aarle-Rixtel. Jean Coenen 1992 blz 46