Borgemeesters: verschil tussen versies
Naar navigatie springen
Naar zoeken springen
| Regel 2: | Regel 2: | ||
De taak van de borgemeesters waren: het ophalen van de gemeentelijke financiën en beheren. Alleen grondbezitters kregen deze functie, meestal voor 1 jaar. Vaak was de periode van Sint Bavodag / Bamis is 1 oktober tot 1 oktober. Na een jaar maakte de secretaris de borgemeestersrekening op. De borgemeesters moesten dan de achterstallige inningen gaan ophalen. Als zij de rekening niet rond konden krijgen moesten zij zelf het tekort betalen. Een borgemeester moest kunnen lezen en schrijven. De andere was de buideldrager. Benoemd door de heer. <ref>Boek:van Ricstelle tot Aarle-Rixtel. Jean Coenen 1992. blz 48</ref> | De taak van de borgemeesters waren: het ophalen van de gemeentelijke financiën en beheren. Alleen grondbezitters kregen deze functie, meestal voor 1 jaar. Vaak was de periode van Sint Bavodag / Bamis is 1 oktober tot 1 oktober. Na een jaar maakte de secretaris de borgemeestersrekening op. De borgemeesters moesten dan de achterstallige inningen gaan ophalen. Als zij de rekening niet rond konden krijgen moesten zij zelf het tekort betalen. Een borgemeester moest kunnen lezen en schrijven. De andere was de buideldrager. Benoemd door de heer. <ref>Boek:van Ricstelle tot Aarle-Rixtel. Jean Coenen 1992. blz 48</ref> | ||
| + | |||
| + | Pas in de 2de helft van de 17e eeuw kreeg men een salaris. Wel mochten zij hun onkosten en verteringen declareren. | ||
==Bronnen== | ==Bronnen== | ||
Versie van 13 jul 2021 09:41
De borgemeesters voor Aarle en Rixtel.
De taak van de borgemeesters waren: het ophalen van de gemeentelijke financiën en beheren. Alleen grondbezitters kregen deze functie, meestal voor 1 jaar. Vaak was de periode van Sint Bavodag / Bamis is 1 oktober tot 1 oktober. Na een jaar maakte de secretaris de borgemeestersrekening op. De borgemeesters moesten dan de achterstallige inningen gaan ophalen. Als zij de rekening niet rond konden krijgen moesten zij zelf het tekort betalen. Een borgemeester moest kunnen lezen en schrijven. De andere was de buideldrager. Benoemd door de heer. [1]
Pas in de 2de helft van de 17e eeuw kreeg men een salaris. Wel mochten zij hun onkosten en verteringen declareren.
Bronnen
- ↑ Boek:van Ricstelle tot Aarle-Rixtel. Jean Coenen 1992. blz 48